zondag 15 april 2012

Introverte Thompson ging zwijgend ten onder

Geen trainer hield het bij HFC Haarlem zo kort vol als Bill Thompson. De Schot stond van juli 1970 tot zijn ontslag begin januari 1971 aan het roer in het prestatief slechtste profseizoen van de Roodbroeken. Kenners van het Engelse voetbal verbinden hem niettemin met twee mijlpalen in hun rijke nationale voetbalgeschiedenis.

Haarlem zat in het voorjaar van 1970 met de handen in het haar. De flamboyante Britse coach Barry Hughes verkaste na drie succesvolle seizoenen naar subtopper Go Ahaed. Onder zijn bezielende leiding promoveerden de Roodbroeken in 1969 voor het eerst naar de eredivisie, waar ze zich met speels gemak handhaafden. Bovendien zette de Welshman zijn club met gepeperde en humoristische uitspraken op de kaart in de landelijke media.

Als tweede keus naar de kade 
Favoriete opvolger in de ogen van het Haarlem-bestuur was Joop Brand, een jonge coach die het Amsterdamse DWS voor degradatie had weten te behoeden. Omdat deze droomtrainer pas een half jaar bij de stadionclub werkte en bovendien een doorlopend contract bezat, dwarsboomde de markante hoofdstedelijke clubeigenaar Dé Stoop zijn transfer naar de Spaarnestad.
Na enig zoekwerk kreeg het Haarlem-bestuur Bill Thompson, 48 jaar oud, in het vizier. Net als Hughes een Brit en bovendien een man met kennis van het Nederlandse voetbal uit zijn tijd bij Sparta. Geen recente kennis overigens, want de Schot had zich de laatste vier jaar als een nomade door het Midden-Oosten bewogen, met trainersposten in Koeweit, Libië en Egypte.

‘Een moeilijk te doorgronden figuur’
Thompson, ofschoon Brit, verschilde in alles van zijn voorganger: ingetogen, zwijgzaam en star. Of zoals het voetbalweekblad ‘1-0’ hem introduceerde: ‘Bill Thompson is een moeilijk te doorgronden figuur. Hij is vriendelijk en gereserveerd tegelijk.’  Zijn entree sprak boekdelen: halsstarrig weigerde hij Nederlands te leren: ‘De spelers moeten zich aan mij aanpassen. Ik niet aan de spelers.’ In de ogen van Thompson, die voor twee jaar tekende, gloorden hoe dan ook prachtige perspectieven aan de Jan Gijzenkade: ‘Haarlem heeft mij gehaald om de boel op poten te zetten’, kopte het Haarlems Dagblad.

Wet van Thompson of Wet van Murphy?
Helaas voor Haarlem en Thompson ging het van meet af aan fout. En of de Wet Van Thompson of de Wet van Murphy hier nu het meest debet aan was, zal nimmer duidelijk worden. De nieuwe Deense spits Niels-Christian Holmström liep al in de oefencampagne een zware knieblessure op en zou hierdoor nooit in competitieverband voor Haarlem spelen. Oud-international Hennie van Nee, in België weggeplukt om de aanval te versterken, sukkelde van blessure naar blessure. En in de derde wedstrijd trof het noodlot Gerrit Peijs. De uitblinker van een seizoen eerder liep een zware kwetsuur op aan de knie en zou pas medio maart 1971 in de ploeg terugkeren. Voor Piet Paternotte viel het doek zelfs helemaal; de robuuste doelman zag zich uiteindelijk afgekeurd voor de voetbalsport.

Gesneden sinaasappels

Met de prestaties ging het van kwaad tot erger. De eerste drie duels leverden nog even zoveel remises op. Daarna struikelden de Roodbroeken van nederlaag naar nederlaag. Alleen de achtste wedstrijd, thuis tegen debutant Excelsior - 2-0 zege- vormde een plezierig intermezzo. Ondertussen regende het vanuit de spelersgroep klachten, onder meer over conditiegebrek.

Daarnaast stuitte de werkwijze van Thompson op onbegrip. Of zoals Beer Wentink zich in 2003 tegenover Voetbal International liet ontvallen: ‘Het bestuur dacht er goed aan te doen een Engelsman aan te stellen als opvolger van Hughes, maar dit was een totaal ander type. Hughes was de figuur om wie alles draaide, terwijl Thompson eerder verlegen was. Hij ging er vanuit dat de spelers alles voor het voetbal overhadden, dat was hij in Engeland zo gewend. Maar in Nederland was dat anders, bijna iedereen had een baan ernaast. Iedere training riep hij ons na een halfuur naar de kant en kregen we gesneden sinaasappels. Bill Thompson was een doodgoeie man, maar als trainer was hij niet zo’n succes.’

De bom barst, exit Thompson
Begin januari barstte de bom: Haarlems bivakkeerde met acht punten uit zestien wedstrijden onderaan de ranglijst. Het bestuur stelde conditietrainer Holleboom, afkomstig uit de schaatswereld, naast Thompson aan; iets waar de coach zich hevig tegen verzette. Het huwelijk tussen de club en coach liep op de klippen. De jonge hulptrainer John Eelman mocht het seizoen afmaken. Veel schoot Haarlem niet op met de wisseling van de wacht. Sterker nog: de Roodbroeken koersten nog hulpelozer op degradatie af; de resterende achttien wedstrijden leverden  maar zes punten op.  

Luisteren met dovemansoren

Haarlem stootte zich met Thompson aan dezelfde steen als Sparta zeven jaar eerder. In de zomer van 1963 streek de coach op Spangen neer, in een situatie die veel gelijkenis vertoonde met zijn entree in Haarlem. Bij Sparta trad hij eveneens in de voetsporen van een populaire, joviale en succesvolle landgenoot: Denis Neville. En ook in Rotterdam dreigde zijn eerste seizoen op een regelrechte ramp uit te draaien. Sparta, een seizoen eerder nog derde, ontsnapte pas op het nippertje aan degradatie. In zijn derde seizoen leek Thompsson dan toch te oogsten. Sparta drong door tot de bekerfinale. Een zoveelste conflict voorkwam dat de Brit dit hoogtepunt meebeleefde; het bestuur wees hem de deur en niet hij maar assistent David Westhoven veroverde met Rotterdamse formatie de beker. In zijn boek ‘50 Kasteeljaren’ typeerde oud-Sparta-bestuurslid Hans Sonneveld Thompson zo:’ Later bleek de onwil of het vermogen om zelfs maar naar anderen te luisteren.’

Kampioen dankzij 'Breekijzer Bill'
Hoe anders was de status van Bill Thompson in Engeland. Als speler én als manager tekende hij voor een uiterst memorabele prestatie. Hoewel voornamelijk reserve reikte de Schot met Portsmouth tot grote hoogten. Zowel in 1949 als 1950 veroverde ‘Pompey’ de titel en bij dat laatste kampioenschap speelde Thompson een cruciale rol. Op de slotdag van de competitie hing het erom wie de titel zou veroveren. Portsmouth en Wolverhampton Wanderers telden evenveel punten. Als breekijzer posteerde Portsmouth-manager Bob Jackson reserve-middenvelder Bill Thompson in de punt van de aanval. En met succes: de latere trainer van Haarlem scoorde twee keer en droeg zo bij aan de 5-1 zege op Aston Villa; genoeg om de titel op doelsaldo binnen te halen.
Logo Portsmouth 
Thompson zou ondanks zijn heldhaftige optreden tegen Villa geen structurele basisplaats veroveren. Over de hele periode 1946-1952 bracht hij het tot twintig optredens in de hoofdmacht, met in totaal twee goals - die tegen Villa. Daarna verhuisde hij naar Derdedivisionist Bournemouth, waarvoor hij in de periode 1952-1954 nog 45 keer uitkwam, en vervolgens naar de semiprofs van Guildford City.

Een daverende Cupverrassing
Als manager van het kleine Worcester City uit de Southern League, het vijfde niveau in de Engelse voetbalpiramide, haalde Thompson opnieuw de landelijke krantenkoppen. In de derde ronde van de FA Cup klopten zijn semiprofs Liverpool op 15 januari 1959 onverwacht met 2-1. Opmerkelijk omdat het gros van de spelers ’s ochtends nog gewoon in zijn reguliere baan had gewerkt. Liverpool, was toen overigens niet het grote Liverpool van later. De Reds speelden al sinds 1954 in de Tweede Divisie en zouden pas in 1962 weer naar het hoogste niveau promoveren. Worcester aanvoerder Roy Paul liet zich uiterst lovend uit over Thompson. Een heel ander geluid dan zich later uit de monden van het keurkorps van HFC Haarlem liet optekenen …
 
St George's Lane: hier struikelde Liverpool

 Weetjes:  

  • Buiten Barry Hughes en Bill Thompson had in de betaalde periode nog één andere buitenlander de technische leiding bij HFC Haarlem: Janos Kovacs, in het seizoen 1959-1960. Deze Hongaar werkte in het profvoetbal ook bij onze buurman EDO en bij het Goudse ONA. 
  • Na zijn ontslag bij Haarlem verdween Bill Thompson in de anonimiteit. Volgens het standaardwerk ‘The PFA Premier League en Football League Players Record 1946-1998’ van Barry J. Hughman overleed hij in 1988, 67 jaar oud.  
  • Haarlem heeft nog een andere weinig positieve link met Portsmouth. In de zomer van 1976 namen de Roodbroeken aanvaller Ritchie Reynolds transfervrij over van de Zuid-Engelsen. Tot een echte aanwinst groeide de kalende spits niet uit; slechts vier keer maakte hij zijn opwachting in de rood-blauwe hoofdmacht.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten